Hoe meten we dag en nacht onze waterstanden?
Waterschap Hollandse Delta beheert in de meeste gebieden de waterstand actief. Met behulp van waterwerken zoals gemalen en stuwen houden we het waterpeil zo veel mogelijk op een afgesproken niveau. Om dit goed te kunnen doen, meten we op verschillende plekken de waterstanden, zowel automatisch als handmatig. Deze metingen helpen ons om het watersysteem zo goed mogelijk te sturen.
De meeste plekken waar Waterschap Hollandse Delta het waterbeheer uitvoert, zijn peilbeheerste gebieden. Dit zijn gebieden met watergangen waar we met verschillende waterwerken, zoals gemalen, stuwen en sluizen, de lokale waterstanden zo goed mogelijk op een afgesproken waterpeil houden. Dit peil leggen we vast in zogenaamde peilbesluiten, die we met de omgeving vaststellen. Zo kunnen we rekening houden met de waterbehoefte van natuur, landbouw en recreatie. Dit lukt echter niet altijd, en in tijden van een crisissituatie kunnen de waterpeilen tijdelijk hoger komen te liggen.
Locaties waar waterschap Hollandse Delta geautomatiseerd waterstanden meet
Om het watersysteem te kunnen besturen (denk aan water wegpompen of juist meer water inlaten) is het handig om te weten wat de waterpeilen zijn. Daarom meten we de waterstanden in sloten en kanalen. Vroeger deden we dat voornamelijk met peilschalen: fysieke ‘linialen’ die in de watergang staan, waarop de waterstand afgelezen kan worden. Tegenwoordig gebeurt dit grotendeels automatisch met drukopnemers. Dit zijn sensoren die de waterdruk meten en in een geperforeerde buis in het water staan. Ze meten hoeveel water er boven de sensor staat, waarmee we de lokale waterstand kunnen bepalen.
Digitale waterstandsmeters
Op basis van deze digitale waterstandsmeters worden de geautomatiseerde waterwerken aangestuurd. Als het waterpeil bijvoorbeeld te hoog wordt, schakelt een gemaal in totdat het gewenste peil weer is bereikt. In de praktijk zie je dan ook dat de meeste waterstandsregistraties die waterschap Hollandse Delta uitvoert, plaatsvinden bij geautomatiseerde stuwen of gemalen. Vaak meten we hier zowel aan de bovenstroomse als benedenstrooms kant van een object, zodat we aan beide zijden inzicht hebben in de waterstand.
Aanvullend zetten we op belangrijke plekken extra waterstandsmeters neer, die via een mobiele internetverbinding hun data continu naar kantoor sturen. Ook blijven we peilschalen handmatig controleren. Zo bewaken we de betrouwbaarheid van de metingen. Soms zijn metingen ook dubbel uitgevoerd of werken we samen met andere partners om overlap (redundantie) te hebben in onze meetnetten. Dit helpt ons met het zo goed mogelijk uitvoeren van ons peilbeheer.
Wat betekent dit voor jou?
- Bij extreme neerslag of droogte gebruiken we de meetgegevens extra intensief om zoveel mogelijk op het afgesproken peil te blijven sturen.
- We streven naar het peil uit het peilbesluit; in de praktijk kan het tijdelijk iets hoger of lager zijn, bijvoorbeeld door neerslag, wind of onderhoud.
- We meten niet overal, omdat waterstanden binnen een gebied vaak samen bewegen. Strategische meetpunten geven voldoende beeld om gericht te kunnen sturen.
- De uitkomsten zijn transparant: je kunt zelf meekijken.
Zelf waterstanden bekijken?
Ga naar ons open-dataportaal: Dashboard Waterstanden. Wij zijn recent begonnen met de doorontwikkeling van dit dashboard. Feedback is meer dan welkom!