Vismigratie 2025
Eén van de hoofdtaken van het waterschap is het borgen van een goede waterkwaliteit. Het aantal en het soort vissen is daarbij een belangrijke graadmeter.
Als wij het hebben over waterkwaliteit, hebben we het over 2 soorten:
- Chemische waterkwaliteit
- Ecologische waterkwaliteit
Bij chemische waterkwaliteit gaat het om schoon water en het voorkomen van vervuilende stoffen. Bij ecologische waterkwaliteit hebben we het over een gezond (water)ecosysteem met bijbehorende planten en dieren.
Een belangrijke graadmeter daarbij is de visstand, een van de biologische kwaliteitsindicatoren binnen de Kader Richtlijn Water (KRW). Een gezonde visstand wordt grotendeels bepaald door de aanwezigheid van geschikt leefgebied en de verbinding tussen leefgebieden. De meeste vissoorten zijn voor het voltooien van de levenscyclus afhankelijk van verschillende leefgebieden. Daarom is het belangrijk dat deze leefgebieden bereikbaar zijn voor migrerende vissen.
Bijzondere ligging Hollandse delta
Het beheergebied van het waterschap heeft een bijzondere ligging. Op de grens van zoet en zout, omringd door rivier- en zeewater. Een van nature hoog dynamische omgeving, volledig onder de invloed van de afvoer van de rivieren en de getijden van de zee. En het is een belangrijke overgangszone voor vissen die voor het voltooien van hun levenscyclus tussen zoet en zout water migreren.
Daarnaast zijn er ook vissoorten die hun hele levenscyclus in het zoet water voltooien. Ook deze soorten moeten kunnen migreren tussen paaigebieden, opgroeihabitat, overwinteringsplekken en gebieden waar ze voedsel kunnen vinden.
Vispassage Strypse Wetering in Rockanje
Obstakels
De belangrijkste obstakels voor vismigratie tussen rivieren en polders (maar soms ook tussen polders onderling) zijn gemalen en stuwen. Vissen kunnen niet tegen een gemaalstroom of vallend stuwwater inzwemmen, wel kunnen ze zich stroomafwaarts mee laten nemen door de pomp van het gemaal heen. Of zich over stuw laten vallen. Dit is eenrichtingsverkeer en op die manier is het beheergebied in feite versnipperd in losse peilvakken (gebieden met eenzelfde waterstand) die voor vissen niet te bereiken zijn. Veel gemalen van het waterschap zijn (nog) niet visvriendelijk, zodat een deel van de vissen die zich, vrijwillig of onvrijwillig, door de gemaalstroom laten mee stromen dit niet overleeft.
Alleen Putten te passeren voor vissen
Op dit moment is alleen Putten volledig voor vissen te passeren (vispasseerbaar) en kan vis zich in dit gebied dus verplaatsen tussen de rivier en polders en omgekeerd. Daarnaast zijn in de afgelopen jaren enkele gemalen en stuwen in het beheergebied vispasseerbaar gemaakt maar is hier nog geen sprake van aaneengesloten gebieden waarbinnen vis zich kan verplaatsen.
Om deze situatie te verbeteren heeft het waterschap in 2023 een Vismigratieplan vastgesteld, met daarin de focus op 6 belangrijk vismigratieroutes verdeeld over het beheergebied van het waterschap. Dit betekent dat er wordt ingezet om in de komende jaren tenminste 3 sluizen, 8 gemalen en 8 stuwen/afsluiters vispasseerbaar te maken.
Watergebiedsplannen en vismigratie
Van elk knelpunt in een vismigratieroute wordt onderzocht wat de beste mogelijkheden zijn om dit knelpunt op te lossen. Meerdere oplossingen worden hiervoor in kaart gebracht waarna uiteindelijk de meest optimale oplossing wordt geselecteerd op basis van onder andere criteria ten aanzien van vispasseerbaarheid, waterveiligheid, omgeving, beheer en onderhoud en kosten.
Doelstelling is de meest optimale oplossing van een knelpunt onder te brengen in het betreffende watergebiedsplan waarbinnen het gerealiseerd kan worden. Dit is niet mogelijk voor alle knelpunten. Sommige gemalen worden vooruitlopend op een watergebiedsplan al gerenoveerd of een renovatie wordt juist uitgesteld omdat het gemaal, en dan vooral de pompen, nog in goede conditie zijn. In dit geval worden visvriendelijke pompen pas geplaatst op het moment dat deze einde levensduur zijn. Binnen de watergebiedsplannen wordt gezocht nog de meest efficiënte wijze alle noodzakelijke maatregelen te realiseren. De realisatie van een volledige vismigratieroute kan hierdoor dus meerdere jaren in beslag nemen.
In de zomer van 2026 zijn de gewenste oplossingsrichtingen van de 6 belangrijkste vismigratieroutes bekend waarna deze voor realisatie geprogrammeerd worden.