Regels voor het gebruik van gewasbeschermingsmiddelen
In de lente en zomer gebruiken boeren spuitmachines met middelen om gewassen te beschermen tegen ziektes en plagen. Er zijn regels voor het gebruik.
Belangrijkste regels:
- Goedgekeurde machine – De spuitmachine moet gekeurd zijn.
- Spuitlicentie nodig – Alleen mensen met een licentie mogen spuiten.
- Niet spuiten bij harde wind – Maximaal windkracht 3 (5 meter/seconde), bij het spuiten met te veel wind zal het spuitresultaat ook minder zijn. Het gewasbeschermingsmiddel komt dan niet waar het voor bedoeld is.
- Regels op etiket volgen – Volg het etiket met daarop de wettelijke gebruiksvoorschriften.
- Veilig vullen – Houd voldoende afstand tot de insteek van de sloot bij het vullen van de machine.
- Reinigen – Maak de veldspuit schoon op een speciaal ingerichte spoelplaats of op een niet verhard gedeelte op voldoende afstand van de sloot.
- Goede spuittechniek – Maak gebruik van driftarme spuittechnieken.
- Hoogte spuitboom – De spuitboom mag maximaal 50 cm boven het gewas.
- Kantdop – Gebruik de kantdop langs alle akkerranden.
Controle
Als akkerbouwers zich niet aan deze regels houden, komt er gewasbeschermingsmiddel in het slootwater. Dit is slecht voor de waterkwaliteit, voor de mens, milieu en natuur. Controleurs van waterschap Hollandse Delta controleren of de boeren in ons werkgebied de regels volgen. Overtredingen kunnen een boete of lagere subsidie betekenen. Bovendien gaat het in de toekomst problemen geven voor de toelating van middelen die in het slootwater worden gevonden. Houd je daarom aan de regels en voorkom problemen.