Over de dijkbewaking

Bij storm, hoogwater en hevige regenval zijn we als waterschap extra waakzaam. Als de waterstand te hoog dreigt te worden, komen we in actie.

Waterschap Hollandse Delta is een begrip in en rondom de Zuid-Hollandse Eilanden. Elke dag zet de organisatie zich in voor de waterstaatkundige zorg voor de regio. Naast peilbeheer, bewaking van de waterkwaliteit, beheer van zo'n 1.600 kilometer wegen en de zuivering van afvalwater, houdt waterschap Hollandse Delta zich bezig met de bescherming tegen overstromingen. Hiervoor worden duinen, dijken en kades periodiek getoetst, geïnspecteerd en versterkt. Het waterschap beheert zo'n 750 kilometer aan dijken en duinen, ook wel waterkeringen genoemd. Op de Zuid-Hollandse Eilanden beschermen 7 dijkringen van waterkeringen de laag gelegen polders, waar gewoond, gewerkt en gerecreëerd wordt, tegen overstromingen vanuit zee en de rivieren. Na de Watersnoodramp in 1953 werden de Deltawerken gerealiseerd. Alle dijken zijn toen opgehoogd om de inwoners van de gebieden te beschermen tegen hoog water. Door klimaatverandering en bodemdaling zoals zeespiegelrijzing en toenemende piekafvoeren van de rivieren, is het inspecteren van duinen en dijken nog belangrijker geworden dan het al was.

Nederland kent veel verschillende weertypes. Van koude winters, hittegolven in de zomer en in het voorjaar en de lente kan het soms flink stormen. Het kan soms zelfs zo hard waaien dat er orkaankrachten voorkomen. Als dijkwacht moet je ook hierop voorbereid zijn, op dit soort weersextremen. Maar hoe oefen je dat nou, als het niet altijd voorkomt. Hier bij Neeltje Jans hebben ze daar iets op gevonden, een orkaanmachine.

Edwin, een orkaanmachine. Ik had daar eigenlijk nog nooit van gehoord, maar hoe werkt dat precies?

Het is eigenlijk gewoon een hele grote ventilator; met een grote motor erachter. En die kunnen we regelen van windkracht 1 tot windkracht 12. En windkracht 12 is dan orkaan? Ja, dat is 133 kilometer per uur en dat is orkaankracht. Hoe voelt dat? Ja, dat kan je eigenlijk niet uitleggen, dat moet je ervaren. Stormen komen vooral in de periode oktober tot en met maart voor en kunnen op zee leiden tot een stormvloed die de Nederlandse kust en de Zuid-Hollandse Eilanden, in combinatie met een bepaalde rivierafvoer kan bedreigen. We spreken van een storm als de gemiddelde windsnelheid gedurende 10 minuten een snelheid bereikt van 75 kilometer per uur. Dit staat gelijk aan windkracht 9 op de schaal van Beaufort. In het lijstje van flinke stormen staat vooral de Watersnoodramp van 1953 hoog. De combinatie van een noordwesterstorm, windkracht 11 en springtij stuwde het water op de Noordzee tot recordhoogte. 3,58 Meter boven NAP. Daardoor overstroomde een groot deel van Zeeland, West-Brabant en de Zuid-Hollandse Eilanden. En wie denkt dat stormen in Nederland niet voorkomen, heeft het mis. In 2007, 2008 en 2012 hebben stormen boven de Noordzee geleid tot hoog water, waarbij waterschap Hollandse Delta dijkbewaking heeft ingesteld en zijn dijkwachten actief geweest.

Bij storm moeten dijkwachten hun taak goed kunnen uitvoeren. En daarbij goed hun veiligheid in acht nemen. Om te kijken hoe dat het beste kan,
gaan we een aantal situaties nabootsen.

Cor, jij bent dijkwacht. Wat doe je dan?

Wij houden de dijken in de gaten. Op scheurtjes of dingen die niet mogen
gebeuren, zodat het achterland veilig blijft. Maar hoe vaak ga je erop uit? Als het heel hard waait. Alleen als het waait? Ja. En nooit eens een keer op zo'n mooie zonnige dag als dit? Jammer genoeg niet. Was dat maar waar. En nu gaan we jou testen ook. Ok Cor, dit is jouw noodpakket hè? Ja. Dit heb je altijd standaard thuis staan? Ja, altijd. Net als bij een dokter. Tasje pakken, en gaan; de dijk op. Maar dan moet het dus nog aan, al die kleding? Ja, dan moet het nog aan. Jij krijgt zo windkracht 6. En daarna kom ik even bij je terug om te kijken of die jas goed aan is. Helemaal goed. Succes! Ja, dank je wel. De machine begint rustig. Aan de dijkwacht de taak om al zijn spullen bij elkaar te zoeken en zijn werkkleding aan te trekken. Cor! We zijn er weer, we leven nog steeds. Ik moest wel een beetje lachen toen ik zag je zo bezig zag. Ja, je hebt helemaal geen houvast hè. Ongelooflijk hè. Je waait haast van de weg af. Die broek was lastig ook volgens mij. Ja, de laarzen eigenlijk ook. Even zo op één been in knetter harde wind. Ja, m'n schoenen liggen ook gelijk... Ja, nee, die schoenen, die kun je na de storm weer ergens gaan zoeken. Viel het je tegen? Ja, eigenlijk wel. Ja? Eigenlijk moeten we van tevoren alles al trainen.

Nou hebben we net Cor gezien met z'n tasje vol spullen. Het is nogal wat dat hij bij zich heeft. Ja, Cor heeft heel veel bij zich gehad. Alle dijkwachten hebben een jas, een waterdichte jas, reflecterende strepen daarop, een regenbroek en een paar goede, stevige kaplaarzen. Met goede grip. En een helm. Dat is eigenlijk de basisuitrusting. En dan had ie nog wat attributen heb ik gezien, een portofoon zag ik. Ja, dat klopt. Ze hebben een portofoon bij zich. Die is bedoeld om schadebeelden aan de dijk door te geven aan de dijkpost. Hij heeft een zaklamp bij zich. Ze beschikken over een hoofdlampje als ze wat moeten lezen of opschrijven. Ik zag ook nog iets van een reddingslijn. Ja, dat klopt, die hebben ze ook bij zich. Die is bedoeld om, als één van de dijkwachten in nood verkeert door in het water te stappen of in het water te vallen, om hem een hulplijn toe te werpen.

Nou hebben we Cor net bezig gezien, in de wind hebben we hem gezet, al die kleding aantrekken. Niet de meest handige plek geloof ik. Nee, dat is niet de meest handige plek om jezelf aan te kleden. Je hebt gezien dat het
lastig is om aan te kleden. Dat gaat in een droge, warme ruimte veel beter. Controleer alle materialen die je meeneemt, de portofoon, de zaklampen. Of ze werken, of daar voldoende spanning in zit. En dan pas stap je in de auto naar je dijkpost. Dick, tweede situatie. Die ga jij voor ons testen. Je ziet er helemaal top uit en klaar voor de storm. Wat er zo gaat gebeuren, jij komt achter de dijk vandaan. Hier is de dijk. Bij een windkrachtje 7, dus dat is zo'n 60 kilometer per uur. En we voeren het ook nog een tandje op, want daarna krijg je windkracht 12 om je oren. Nou, we kijken hoever we komen. Ik ga in ieder geval daar staan. Nou, ik ga achter de dijk. Succes! Oh, dat valt wel mee, hoor. Dat is goed te doen, hoor. Hij zit er nog op hè je bril. Ja, ik had het veel zwaarder verwacht. Ja? Ja. En dit is windkracht 7? Nou, zet hem maar op 12 hoor. Ja? Absoluut. Zie je het zitten? Ja hoor, ik ben er helemaal klaar voor. Nou, ga jij achter die dijk staan, dan gaan we hem op 12 zetten.

Dick, leef je nog? Ja, het is toch wel leuk hoor. Ik dacht: jij vliegt zo tegen het raam aan. Haha. Ik denk nou dat is andere koek. Ik moest wel mijn helm vasthouden hoor, want die ging er bijna vandoor. Je krijgt een klap als je er doorheen komt en dan moet je echt zorgen dat je je goed verweerd. En dan kom je wel tegen die dijk op. Ja, want dat is echt in één keer... Dan moet je zorgen dat alles bij je blijft, dat je de helm vasthoudt en dat je goed die klap kan verwerken. Het is een enorme klap hoor die je krijgt. Hoe vond je dat hij het deed? Hij deed dat heel goed. Ja, hij ving de klap behoorlijk goed op. Als daar wind vandaan komt, achter de dijk vandaan komt, heb je behoorlijke turbulentie. En die kan zo krachtig zijn dat je toch omgeblazen wordt. Maar wat kun je daartegen doen? De windrichting en de windkracht. Dat is alle informatie waarmee je op die dijk heel bewust kan handelen. Zodat je niet verrast bent? Nee, zodat je niet verrast bent. Maar Dick was in dit geval in zijn eentje. Een dijkwacht loopt altijd met z'n tweeën. Dus mocht daar iets gebeuren, dan sta je er ook nooit alleen voor.

Situatie 3. Gert-Jan, dijkwacht, en Pieter, zit normaal gesproken op de dijkpost. Wat gaan we doen? Jullie hebben allebei een portofoon. We gaan net doen alsof jij nu die dijk aan het inspecteren bent. Kijk, hier allemaal hele interessante dijkpraat. Die geef ik vast aan jou. Je gaat dat met jouw porto doorgeven aan Pieter, maar natuurlijk wel met een beetje actie. We beginnen met windkracht 6, voeren het op naar de orkaan. Succes! Dijkpost G04, over. Van dijkvak G04, hier dijkpost Stellendam, over. Bij hectometerpaal hebben wij een afschuiving, bij hectometerpaal 4.6, over. En zou je voor mij de hectometrering willen herhalen? Ja, de afschuiving heeft plaatsgevonden bij hectometerpaal 4.6, over. Het is op het buitentalud, een scheur van 90 centimeter lang, maar de locatie kan ik nog niet goed doorkrijgen, over. Ja, dat was bij hectometerpaal 4.6, over. De locatie is hectometer 4.6. Over en sluiten.

Nou, hoe vond je het gaan? Ja, was best lastig om de informatie goed te ontvangen. Ja hè? Nou, oké dit klopt nog redelijk. We gaan nog een testje doen, want dit was nog maar windkracht 6. Is het mogelijk om duidelijker in te spreken op een rustigere plek? Over. Waardeloos. Deze was denk ik... of van de dijk afgerold of... Hé, maar wat ging er mis? Hoorde jij hem wel? Ik hoorde hem aan het begin dat hij het ontvangen had. En volgens mij een herhaling van euh, nog een keer, maar de communicatie was nul. Ben, Pieter en Gert-Jan hebben de proef op de som genomen. Bij windkracht 6 was het nog wel te doen. Dus ze konden elkaar verstaan, maar... Nee, daarna houdt het heel snel op. Dat is absoluut waar. Nee, ze verstonden elkaar gewoon überhaupt helemaal niet. Nou moet je voorstellen dat daar nog eens een regenbui bij komt of hagel of sneeuw. Maar wat moet je dan doen? Dan komt het erop aan om de luwte te zoeken met de portofoon of met de mobiele telefoon. Een andere tip is te zoeken naar grote objecten zoals gebouwen. Of terug in de auto eventjes die buitendijks staat. Dat zou het allerbeste zijn. Achter de dijk, beneden aan de dijk, heb je ook vaak een rustmoment van de wind. Dat zou ook een stuk beter gaan. Op het moment dat het echt niet meer gaat, dan is het zaak dat we weer terug naar de dijkpost gaan en eens even daar overleggen hoe we verder moeten. Lastiger wordt het alleen als er een calamiteit is op die plek. En dan moet je ook met hele korte bewoordingen, geen hele zinnen, gaan praten. Maar hele gerichte woorden. Zeggen dat je hulp nodig hebt of wat je bedoelt. En ook dat weer herhalen. Dijkwachten gaan er natuurlijk samen op uit en dan kan het gebeuren, het gebeurt gelukkig niet vaak, maar dat één van hen iets overkomt. Maar gelukkig heb je dan altijd nog de reddingsklos. Even een lijntje uitgooien.

Dennis en Cor, jullie gaan deze vierde situatie voor ons nabootsen. We zetten de turbine weer aan, windkracht 6. En eens even kijken of het lijntje nog bij degene die hulp nodig heeft terecht komt. Nou, dat ging prima, toch? Ja, viel wel mee ja. Maar het was ook maar windkracht 6 natuurlijk. Hé, maar dat viel tegen of niet? Dit viel heel tegen, heel erg ja. De reddingsklos situatie. Eigenlijk voordat we daar aankomen is er al veel misgegaan. Ja, dan is er al iets misgegaan. Het is zaak dat de dijkwachten heel veel kennis opdoen van het te belopen dijkvak. Als het dan toch gebeurt, dan is het belangrijk dat de dijkwacht die nog op het droge staat, eerst hulp inroept. Als je dan toch die klos gaat gooien, is het belangrijk dat je hem onderhands over de drenkeling heen gooit, zodat je niet de klos tegen hem aan gooit, maar de lijn over hem heen legt. En die kan hij/zij dan grijpen.

Situatie 5. We gaan het dit keer echt lastig maken. En daarvoor is Eric verantwoordelijk. Met een zak bladeren, want het stormt nu echt. The real thing. En ook al die rommel. Van alles wat je tegenkomt in een goede storm. En dan, de opdracht. De bril op uiteraard, voor al het rondslingerende puin. Eén dijkwacht loopt hopelijk in een rechte lijn, windkracht 11. Zie je 't voor je? Deze kant op en daarna gaan zij met z'n tweeën dit stukje opmeten, want dat doet een dijkwacht natuurlijk ook. Allerlei metingen verrichten, en dat in windkracht 11. En Eric die nog even voor extra chaos zorgt. Succes. Was het heftig? Ja, das echt heftig, ja. Je raakt je oriëntatievermogen kwijt, je zicht kwijt. Overal dwarrelt wat om je heen, snijdt in je gezicht.

Hadden jullie dit verwacht, dat het zo lastig zou zijn? Nee, nee. Het viel echt tegen. Het overtreft alles. Maar ook dat het je zo bemoeilijkt? Nee, dat had ik niet verwacht. Nou, ik had het wel verwacht. Want vanmorgen met die wind, en dan nog regen en sneeuw erbij, dat wordt moeilijk. Dat valt echt tegen. Nou, Ben, we hebben er een tandje bovenop gedaan voor deze laatste situatie. Even wat rommel gespaard in die ruimte. Lekker heftig weer. Maar dat wordt ook wel lastig werken. Ja, dan zie je echt dat het werk haast onmogelijk wordt. Dan zie je mensen oriëntatieproblemen krijgen, evenwichtsproblemen. Dan houdt het eigenlijk een heel eind op.

De tip is: wees altijd alert op je eigen veiligheid en eens even te overleggen of dit wel normaal is en nog goed is om te doen. Of het verantwoord is om te doen.

Als dijkwacht moet je dus in alle weersomstandigheden kunnen werken. Ook dus met zeer slecht weer. Met deze tips wordt het werk hopelijk een beetje makkelijker, en in ieder geval veiliger. En daar heeft natuurlijk iedereen uiteindelijk baat bij.

Wil je nog meer tips?

Kijk dan in het handboek.

De dijkwachten van Waterschap Hollandse Delta zijn vrijwilligers uit het gebied die bij extreem weer de dijken en duinen inspecteren. Statenlid – met landbouw, natuur, water en energie in de portefeuille – en voormalig wethouder op Goeree-Overflakkee, Tea Both, is inmiddels een ervaren dijkwacht.

Hoog water
Dijkwachten zorgen ervoor dat de Zuid-Hollandse Eilanden ook in barre omstandigheden veilig en leefbaar blijven. Pas wanneer het water in de grote rivieren of vanuit zee uitzonderlijk hoog staat, wordt opgeschaald naar actieve dijkbewaking. Met haar kennis van het landschap en oog voor detail helpt Both mee om de waterveiligheid in de regio te bewaken. “Ik denk dat ik in 2010 begonnen ben,” vertelt CDA’er Tea Both. “Ik ben een paar jaar gestopt, maar sinds twee jaar weer actief. Het is belangrijk werk, maar ook erg gezellig. Dijkwachten worden opgeroepen wanneer er sprake is van hoogwater of harde wind en de dijken extra gecontroleerd moeten worden. Het kan voorkomen dat het water tegen de dijk slaat en er onder de dijk een spoor ontstaat. Dat noemen we piping. Dat brengt de stevigheid van de dijk in gevaar. Daar moet je scherp op letten.”

Centralist
De uit Dirksland afkomstige Both was jarenlang verantwoordelijk voor het dijkvak Middelharnis. De uitrusting tijdens een controle is eenvoudig maar doeltreffend: een zaklamp, een peilstok, een helm – voor dijken met bomen – en een portofoon. “Met die portofoon maken we verbinding met de centralist,” legt Both uit. “Dat is iemand van het Waterschap die op de post zit en onze meldingen ontvangt. Dat zijn de middelen die je als dijkwacht tot je beschikking hebt.”

Op Goeree-Overflakkee bestaat de groep dijkwachten uit ongeveer veertig vrijwilligers. Voornamelijk mannen, al zijn er enkele vrouwen actief. Volgens Both zijn dat er nog altijd te weinig. Daarom roept ze geïnteresseerden op om zich te melden via www.dijkbewaking@wshd.nl bij Waterschap Hollandse Delta. Voor een interne opleiding wordt gezorgd.