Vandaag hebben we in de Hedwige-Prosperpolder het officiële startsein gegeven voor een grootschalig, innovatief onderzoek. Centraal staat daarbij de vraag of dijken op getijdenzand (zand dat werd aangevoerd door de getijden van de zee) beter bestand zijn tegen ‘piping’ dan dijken op rivierzand. De proef wordt uitgevoerd in een nauwe samenwerking tussen waterschap Hollandse Delta, het Hoogwaterbeschermingsprogramma, Fugro en Deltares.

Kanaaltjes

Bij piping stroomt er, door het verschil in waterstanden aan de buiten- en binnenkant van de dijk, water met zanddeeltjes onder de dijk door. Hierdoor ontstaan kanaaltjes (‘pipes’) in de zandige ondergrond van een dijk. Als het gaat om kleine hoeveelheden is dat geen probleem. Maar een grotere waterstroom die zand meevoert, kan een dijk ernstig verzwakken of zelfs doen instorten. Regelmatig worden dijken in Nederland afgekeurd op deze ongewenste vorming van kanaaltjes onder de dijk. Maar mogelijk is dit bij dijken op getijdenzand onterecht. Als dit klopt, wordt de dijkversterkingsopgave in Nederland fors minder: tientallen miljoenen euro’s aan dijkversterkingen kunnen dan worden bespaard, omwonenden hebben minder overlast van dijkversterkingsprojecten en het milieu wordt minder belast.

Innovatieve technieken

Met Wetterskip Fryslân voerden Fugro en Deltares eerder al een proef uit naar de sterkte van getijdenzand in relatie tot piping. Waar de proef in Friesland werd uitgevoerd in een dunnere meer kleiige getijdenplaatafzetting, is die in de Hedwige-Prosperpolder in een dikkere meer zandige getijdengeulafzetting. Dat maakt de gecombineerde resultaten van beide proeven zowel in Nederlands als internationaal breder toepasbaar. In het afgelopen half jaar is in de Hedwige-Prosperpolder een unieke kunstmatige dijk van één voetbalveld groot en ruim zeven meter hoog gebouwd. Om hoogwater na te bootsen wordt via vier verticale buizen water in de laag getijdenzand gebracht. In de kunstmatige dijksloot aan de voet van de dijk kan het ontstaan van een zandmeevoerende wel worden gemonitord. Met innovatieve technieken als waterspanningsmeters, glasvezelsensoren, elektrische weerstandsmetingen en infraroodmetingen, wordt zo goed en compleet mogelijk in beeld gebracht hoe een eventuele pipe vormt en opbouwt. Daarbij wordt vooral gekeken naar het waterstandsverschil ‘buitendijks’ (in dit geval de buizen) en ‘binnendijks’ (de kunstmatige dijksloot). Tijdens de proef kan dit verschil tot meer dan 10 meter worden opgevoerd; veel meer dan bij een ‘echte’ dijk mogelijk zou zijn.

Slimmer en goedkoper

Waterschap Hollandse Delta, het Hoogwaterbeschermingsprogramma, Fugro en Deltares bundelen hun specialistische kennis en ervaring, om met deze innovatieve proef een betere beoordeling van het faalmechanisme piping mogelijk te maken. De kennis en inzichten uit deze proef kunnen worden gebruikt voor de beoordeling en versterking van dijken in heel Nederland. Daarmee levert deze innovatieve praktijkproef een waardevolle bijdrage aan de verdere ontwikkeling van waterveiligheid, nu en in de toekomst.

De uitgewerkte resultaten van de proef worden verwacht in het eerste kwartaal van 2022.