Aantal vissoorten in Oostvoornse Meer neemt toe

7 april 2017 Het aantal vissoorten in het brakke Oostvoornse Meer is in tien jaar verdubbeld. Dat blijkt uit het visstandonderzoek dat waterschap Hollandse Delta in het najaar van 2016 heeft laten uitvoeren voor de Europese Kaderrichtlijn Water (KRW). Het onderzoek is uitgevoerd door het ecologisch advies bureau ATKB. In 2005 is het visstandonderzoek voor het eerst gedaan en in 2010 herhaald.

Verbeteringen

In de loop der jaren is het aantal vissoorten toegenomen van zes in 2005 tot dertien in 2016. Vier vissoorten zijn in 2016 voor de eerste keer tijdens een onderzoek aangetroffen in het Oostvoornse Meer: dikkopje, schol, sprot en zwarte grondel. In het diepe gedeelte van het Oostvoornse Meer zwemt vooral haring. In het ondiepe gedeelte langs de oevers en achter de dammetjes veel bot, brakwatergrondel, zwarte grondel en zwartbekgrondel.

Het visbestand van het gehele meer bestaat nu voor bijna de helft uit bot (48%), gevolgd door zwartbekgrondel (26%), brakwatergrondel (12%) en zwarte grondel (8%). Vooral bot en zwarte grondel zijn goed bestand tegen brak en zout water. Er is een toename te zien van het aantal zoutwatersoorten. Dit is waarschijnlijk het gevolg van het inlaten van zout water.

Op de KRW-maatlat scoort de visstand in het Oostvoornse Meer matig. Deze maatlat houdt echter geen rekening met het unieke karakter van dit meer, zoals de menselijke invloeden van ontgravingen en indamming en het feit dat er geen verbinding is met zoet water, waardoor zoet watervissen geheel ontbreken in het Oostvoornse Meer.

In 2008 is een pomp aangelegd die zoutwater in het Oostvoornse Meer pompt om de waterkwaliteit te verbeteren en het unieke brakwater karakter te herstellen en te waarborgen