Veelgestelde vragen in verband met droogte

9 augustus 2018 Een van de taken van waterschap Hollandse Delta is het zorgen voor een goed waterbeheer. In droge tijden betekent dit dat Hollandse Delta ervoor zorgt dat voldoende water beschikbaar is. Ook streeft het waterschap ernaar de kwaliteit van het water te handhaven. Op deze pagina vindt u veelgestelde vragen in verband met droogte.
Beregenen van een akker

Wat doet het waterschap?

Eén van de taken van waterschap Hollandse Delta is het zorgen voor een goed waterbeheer. In droge tijden betekent dit dat Hollandse Delta ervoor zorgt dat voldoende water beschikbaar is door water vanuit de rivieren in te laten. Ook wordt gestreefd om de kwaliteit van het water te handhaven.

Het waterschap plaatst bijvoorbeeld losse pompen op plaatsen waar het water onder het normale peil dreigt te zakken. Door deze pompen kunnen de achterliggende polders van voldoende water worden voorzien. Deze maatregelen worden getroffen in verband met de aanhoudende droogte.

Hoe zorgt het waterschap voor voldoende water in sloten en singels?

Het waterschap zorgt ervoor dat er voldoende water in sloten en singels staat door water in te laten vanuit rivieren. Door een bepaald waterpeil aan te houden kunnen meerdere belangen worden gediend. Zo streeft het waterschap ernaar dat agrariërs waar mogelijk hun gewassen kunnen beregenen en dat hun vee kan drinken. Het waterpeil is mede van belang voor het grondwaterpeil. Een daling van het grondwater kan schade aan bebouwing veroorzaken.
In periode van droogte kan het waterschap de beheersmarge van de peilbesluiten gebruiken om het water maximaal 10 cm hoger op te zetten.

Wanneer stopt het waterschap met het inlaten van water?

Om water te kunnen inlaten in de polders is zoetwater nodig. Dit water komt uit de rivieren. Bij droogte en warm weer zal de aanvoer van rivierwater verminderen en zout zeewater verder landinwaarts komen via de rivieren. Zodra het water zouter is dan een bepaald niveau, zal de betreffende inlaat gesloten worden.

Wat kan ik zelf doen?

Bij aanhoudende droogte vraagt het waterschap om zuinig aan te doen met water. Dit geldt voor iedereen. Als het extreem droog blijft en er bijna geen zoetwater meer voorhanden is, kan er een verdringingsreeks in werking treden (artikel 2.1 Waterbesluit). Hierin is wettelijk vastgelegd welke volgorde geldt voor de watervoorziening. De volgorde is grofweg: waterkeringen - nutsbedrijven (drinkwater en energie) - kleinschalig hoogwaardig gebruik - overige behoeften.

Wat is de invloed van zout op de waterkwaliteit?

Zoetwater binnen de dijken is van essentieel belang voor de waterkwaliteit. Het wordt namelijk gebruikt voor het beregenen van gewassen, maar ook de flora en fauna is ingesteld op zoetwater. Vissen, planten en gewassen kunnen er niet tegen als het water te zout wordt.
Bij aanhoudende droogte wordt het water in sommige rivieren steeds zouter. Dat komt door de indringing van zout water vanuit zee. Doordat de afvoer bij droogte steeds kleiner wordt, kan zout water steeds verder de rivieren op stromen. Het water vanuit deze rivieren laten we normaal in in de polders. Wanneer dit water te zout wordt, kan dit dus niet meer.

Heeft dit nog gevolgen voor de flora en fauna?

Ondanks dat het waterschap de regels van de flora- en faunawet volgt, kan het in een incidenteel geval voorkomen dat bij het inlaten van water, nestjes van broedende watervogels loslaten. Dit proberen we echter te voorkomen, door eerst watergangen te inspecteren op aanwezigheid van nesten voordat het waterpeil wordt verhoogd.

Wat kunnen de gevolgen zijn als het na een lange droge periode hevig gaat regenen?

Na een lange droge periode kan de bodem minder water opnemen dan normaal. Hierdoor kan oppervlakkige afvoer van het regenwater plaatsvinden waardoor de sloten en plassen sneller gevuld zullen worden. Na een poosje zal de bodem het regenwater wel weer in de grond kunnen bergen. Door dit verschijnsel bestaat dan ook de kans dat na een extreem droge periode het waterpeil in de sloten en plassen sneller kan stijgen. Lokaal wateroverlast kan dan ook niet worden uitgesloten.
In de zomerperiode is de kans op korte, maar hevige regenbuien groot. De berging in de grond en de riolering kunnen deze, meestal grote, hoeveelheden water niet aan. Veel water komt dan via de straat in de riolering. Wanneer ook de riolering overvol raakt, zal de riolering overstorten in sloten of singels waardoor zuurstofarm water kan ontstaan met dode vissen tot gevolg. Meldingen van dode vissen kunt u doorgeven aan het waterschapsloket via 0900 2005005 of per mail via 2005005@wshd.nl.

Welke problemen kunnen in perioden van droogte aan wegen ontstaan?

Stroefheid van het wegdek

Wegen worden in droge en warme periodes extra gecontroleerd op het ‘vetslaan’ door hoge temperaturen in het asfalt (slijtlagen). Hierdoor vermindert de stroefheid van het wegdek.
Door opwarming van asfalt kan het asfalt gaan zweten, daardoor kan verhardingsmateriaal meegenomen worden. Het waterschap is hier extra alert op. Als maatregel zal zand, schelpengruis of zout gestrooid worden.

Na een lange droge periode zullen de wegen na regenval minder stroef zijn, de weggebruiker dient hiermee rekening te houden.

Droogtescheuren

Bij wegen en fietspaden op dijken kunnen droogtescheuren ontstaan. Deze scheuren worden door het waterschap zo spoedig mogelijk gedicht.

Welke effecten heeft droogte op het zuiveringsproces?

Perioden van droogte hebben geen invloed op het zuiveren van afvalwater.

Beregenen en onttrekken

Hoe zit het met beregenen?

Wanneer er een watertekort is, dan zal het waterschap in eerste instantie vragen om zuinig aan te doen met water. Agrariërs kunnen onderling afspraken over het beregenen van hun percelen. Wanneer het tekort zodanig groot wordt, kan een beperkte beregening of zelfs beregeningsverbod worden ingesteld.

Mag ik nu nog beregenen?

Ja, dat mag. Wij vragen u wel voorzichtig te doen met water. De beste tijd om te beregenen is na zonsondergang of voor zonsopkomst, zodat er zo min mogelijk water verdampt.

Mag je in de zomer water onttrekken uit de sloten?

Nee, dat mag niet zomaar. Dit is afhankelijk van de hoeveelheid water die per uur wordt onttrokken aan de watergang:

  • Onttrekking van minder dan 20 m3/h (0,33 m3/min): hiervoor is geen meldplicht of vergunning noodzakelijk.
  • Onttrekking van 20 tot 300 m3/h (0,33-5 m3/min): verplicht melden uiterlijk 24 uur voor aanvang van de onttrekking via het Waterschapsloket (tel. 0900-2005005 of e-mail 2005005@wshd.nl).

Wat moet u melden?

  • naam, adres en telefoonnummer van meldingsplichtige, aannemer en/of uitvoerder;
  • het adres of de locatie waar de activiteiten plaatsvinden;
  • aanvang, einde en duur van de activiteiten;
  • omschrijving van de activiteiten en wijze van uitvoering;
  • een situatietekening op een goed leesbare schaal waarop duidelijk is aangegeven: locatie, constructie en afmetingen van de lozings-/onttrekkingsvoorziening, legenda en noordpijl.
  • Onttrekking van meer dan 300 m3/h (5 m3/min): hiervoor is een vergunning van het bestuur van het waterschap nodig.

De regels gelden voor de onttrekkingen die incidenteel zijn en plaatsvinden via een leidingwerk; hieronder verstaan we beregeningen. Er is geen sprake van ontwatering, zoals dat gebeurt via drains of een drainagestelsel.

Wat is de reden voor deze regels?

Het waterschap streeft ernaar om de waterpeilen in sloten en singels op hoogte te houden, daarom wil Hollandse Delta weten hoeveel water er onttrokken wordt. Hierdoor kunnen tijdig maatregelen getroffen worden om er voor te zorgen dat er zo veel mogelijk voldoende water beschikbaar is. Voor hoofdwatergangen heeft het waterschap een zorgplicht op basis van een bestuurlijk afgesproken aanvoernorm.
Met name in perioden van droogte kan er spanning ontstaan tussen de hoeveelheid water in sloten en de hoeveelheid water die onttrokken wordt voor het beregenen van gewassen. Het waterschap streeft ernaar zo lang mogelijk water beschikbaar te hebben voor alle partijen die water vragen. Wanneer de beschikbare hoeveelheid water dit niet meer toelaat, kunnen beregeningsverboden worden ingesteld. Als dit het geval is, staat dit op de website van het waterschap.

Naast voldoende water streeft het waterschap naar een goede waterkwaliteit. De waterkwaliteit, en dan met name het zoutgehalte in het water, wordt o.a. bepaald door het zoutgehalte van het water in de rivieren van waaruit het water ingelaten wordt in de polders. Daarnaast kan onttrekking van water uit de sloten verzilting in de hand werken. Dit komt doordat het slootwater dan voornamelijk gevoed wordt met kwelwater. Afhankelijk van het gebied is kwelwater brak of zelfs zout.

Droogte en dijken

Wat is het gevolg van droogte voor dijken?

Het waterschap heeft dijken, duinen en kaden in beheer. Allemaal zijn ze bedoeld om het water tegen te kunnen houden. Het merendeel van de waterkeringen bestaan uit klei. Deze waterkeringen zijn zeer sterk en kunnen de droogte goed doorstaan. In droge tijden komen met name de veenkaden of veendijken in het nieuws. Deze kunnen door uitdroging en inklinking van het veen minder stabiel worden. In het beheergebied van Hollandse Delta zijn er veenkades te vinden langs het Kanaal door Voorne en de Keen en de Boezemvliet. Het waterschap inspecteert deze dijken in tijden van droogte.

Wat voor gevolgen heeft de droogte voor het gras op de dijken?

De grasmat dient als bekleding van de dijk en voorkomt afspoeling bij hoogwater en golfslag. Het waterschap let er op dat de schapen op de dijk bij droogte het gras en de wortels van het gras niet helemaal wegvreten en/of uittrekken. Als het waterschap dit constateert kan een beweidingsverbod voor dijken worden ingesteld.

Welke maatregelen kunnen worden getroffen bij schade aan veenkades?

In droge tijden komen met name de veenkades of veendijken in het nieuws. Deze kunnen door uitdroging of inklinking van het veen minder stabiel worden.

Het waterschap zorgt ervoor dat de kade het houdt. Bij veenkades gaat het vaak om maatwerk. In eerste instantie kunnen er scheuren in de klei ontstaan. Deze scheuren worden met kleikorrels opgevuld en de kade wordt nat gehouden. Wanneer er meer scheuren of grotere tekenen van schade zijn dan worden er adequate maatregelen getroffen om verzwakking tegen te gaan.

Droogte en waterkwaliteit

Waarom zijn er dode vissen watervogels in perioden van droogte?

Wanneer het droog en warm is, wordt de watertemperatuur hoger en groeien planten en bacteriën sneller. Hierdoor kan een zuurstoftekort in het water ontstaan, waardoor vissen doodgaan. Bovendien is er een grotere kans op botulisme als kadavers van dode dieren blijven liggen. Daarom haalt het waterschap zo snel mogelijk de kadavers weg en wordt de betreffende sloot of singel doorgespoeld met schoon water. Bij droogte is er ook een grotere kans op blauwalg.

Wat kunnen inwoners doen om mee te helpen het water schoon te houden?

Voer geen eendjes. ’s Zomers is er voldoende voedsel aanwezig voor (water)vogels. Het brood dat in het water belandt en niet opgegeten wordt, zorgt ervoor dat er veel voedsel in het water zit, waardoor bacteriën en planten sneller kunnen groeien. Voer geen vissen, ook dit zorgt voor bemesting van het water. En de afbraak van voedselresten vereist zuurstof, hierdoor is minder zuurstof beschikbaar voor vissen.

Wat is de invloed van zout op de waterkwaliteit?

Zoetwater binnen de dijken is van essentieel belang voor de waterkwaliteit. Het wordt namelijk gebruikt voor het beregenen van gewassen, maar ook de flora en fauna is ingesteld op water met een bepaald zoutgehalte. Vissen, planten en gewassen kunnen niet tegen grote wisselingen in het zoutgehalte van  het water.

Wat is botulisme?

Botulisme is een vorm van voedselvergiftiging, veroorzaakt door een bacterie die veel voorkomt in water met een laag zuurstofgehalte. Voor deze bacterie zijn temperaturen boven 20°C en een eiwitrijk milieu (bijvoorbeeld een dode vogel) ideale omstandigheden. De bacterie vermeerdert zich dan zeer snel en scheidt daarbij een giftige stof (botuline) af. Vooral watervogels en vissen worden hierdoor getroffen. Ze vertonen verlammingsverschijnselen en stikken uiteindelijk. Omdat botulisme zeer besmettelijk is voor dieren, is het van belang dat zieke en dode dieren zo snel mogelijk worden verwijderd.
Voor mensen vormt botulisme in zwemwater ook een gevaar. Niet zozeer vanwege de botuline, maar vanwege de kans op besmetting door allerlei andere ziekteverwekkers die in de rottende kadavers voorkomen. Ga daarom niet het water in op plaatsen waar dode dieren drijven en laat er ook geen kinderen spelen. Raak de zieke of dode dieren niet aan. Heeft u een dood dier zien liggen? Meld het bij ons waterschapsloket via 0900 2005005 of per mail 2005005@wshd.nl. Vermeld altijd de exacte locatie bij uw melding.

Wat is blauwalg?

Blauwalgen zijn eigenlijk geen algen of wieren. Het zijn bacteriën. Een andere naam ervoor is cyanobacteriën. Ze leven van licht, koolstofdioxide en voedingsstoffen in het water. Als er veel voedingsstoffen in het water zitten, het water stil staat en het warm is, kan dat een blauwalgenbloei veroorzaken. Tijdens een bloei kunnen de vele blauwalgen een drijflaag vormen. Omdat de onderkant van de drijflaag afsterft, komen gifstoffen (toxines) in het water terecht. Niet alle blauwalgen maken toxines aan. Als het water een vreemde kleur heeft of als er een stinkende laag met algenbrij op het water ligt, ga dan niet zwemmen en geef dit door aan ons Klant Contact Centrum via 0900 2005005 of per mail 2005005@wshd.nl.  

Blauwalg kan giftig zijn voor mens en dier. Het waterschap zal de betreffende sloot of singel doorspoelen met schoon water. De provincie geeft aan wat het advies voor de zwemwaterlocaties is (waarschuwing of zwemverbod). Ook in overig water waar blauwalg voorkomt is het gezien de gezondheidsrisico’s uiterst onverstandig om te zwemmen. Kijk op de website www.zwemwater.nl voor de kwaliteit van het zwemwater bij u in de buurt. U kunt ook de zwemwaterapp downloaden.

Als u in aanraking komt met blauwalgen of als u die bij het zwemmen binnenkrijgt, kunt u last krijgen van irritaties aan uw ogen of huid. Andere klachten zijn hoofdpijn, maag- en darmklachten en in sommige gevallen zelfs grotere gezondheidsproblemen. Bent u in aanraking geweest met blauwalgen, spoelt u zich dan goed af onder de douche (douchen is altijd een goed idee na zwemmen in oppervlaktewater).

 

Lees meer over

waterbeheer