Zuiderdiep in ontwikkeling

  • Status project In voorbereiding

Het waterschap onderzoekt in samenspraak met belanghebbenden hoe het Zuiderdiep zich kan ontwikkelen tot een toekomstbestendig watersysteem

Het waterschap onderzoekt...

Het waterschap onderzoekt in samenspraak met belanghebbenden in het gebied en met stakeholders hoe het Zuiderdiep zich kan ontwikkelen tot een toekomstbestendig watersysteem waarin landbouw, natuur, recreatie en visserij goed kunnen samengaan. Op deze projectpagina staat informatie over de stand van zaken.

Zuiderdiep luchtfoto 1
Zuiderdiep kaart

Tijdlijn

  1. Dit tijdlijn item is al klaar of in het verleden
  2. Dit tijdlijn item is al klaar of in het verleden
  3. Dit tijdlijn item is al klaar of in het verleden
  4. Dit tijdlijn item wordt gepland of is in de toekomst

Waterschap Hollandse Delta...

Waterschap Hollandse Delta onderzoekt mogelijkheden voor het Zuiderdiep bij de Haringvlietdam op de Kop van Goeree en de verbonden havenkanalen naar Dirksland, Goedereede en Stellendam. Er wordt onderzocht welke waterkwaliteit het beste past bij het toekomstig Zuiderdiep: zoet, brak of zout getijdewater.

 

In 2025 zijn er bijeenkomsten gehouden met relevante stakeholders en belangenorganisaties. Op basis van de uitkomsten van deze gesprekken worden meerdere varianten onderzocht door een adviesbureau. Dit onderzoek wordt begeleid door een klankbordgroep. De uitkomsten van het onderzoek vormen de basis voor verdere bestuurlijke besluitvorming in 2026.

Zuiderdiep luchtfoto 2

Lang geleden was...

Lang geleden was het Zuiderdiep een brakke getijdegeul. Na de aanleg van de Haringvlietdam werd de geul bedijkt en werd het water zoet en bruikbaar voor de landbouw op een groot deel van Goeree-Overflakkee.

 

Na het Kierbesluit veranderde het zoetwatersysteem op Goeree-Overflakkee met een nieuwe inlaat, een nieuw kanaal en nieuwe sloten. In principe kan het Zuiderdiep nog steeds zoet water aanvoeren naar landbouwgebieden bij extreme droogte. 

 

De komst van het hierboven genoemde kanaal om de polders van zoet water te voorzien is in 2014 door het algemeen bestuur van het waterschap, de verenigde vergadering (VV), besloten. Het Zuiderdiep zou weer verbrakken en de mate waarin moest nog worden bepaald. 

Zuiderdiep steiger

In 2022 is...

In 2022 is binnen het waterschap het onderzoekstraject gestart voor het Zuiderdiep en de aanliggende havenkanalen met als doel een type watersysteem en bijbehorend KRW-doel te kiezen. Om de mate van verzilting en het peilbeheer te bepalen en het daaraan gekoppelde watersysteemtype, startte het waterschap een planproces. Hierin wordt onderzocht hoe het Zuiderdiep kan voldoen aan de Europese Kaderrichtlijn Water (KRW). Dit is een wettelijke verplichting voor alle EU-lidstaten.

 

Het bestuurlijk vastgestelde vismigratieplan van het waterschap beoogt verbetering van de visstand. Het verbeteren van de vismigratie, zoals het passeerbaar maken van dijken voor vis, is een van de belangrijkste doelstellingen van het vismigratieplan.

 

Gezien de belangen die er in en rond het Zuiderdiep spelen zet het waterschap in op een zorgvuldig gebiedsproces met als doel de belangen van de gebiedspartijen inzichtelijk te maken voor het besluitvormingsproces van de Verenigde Vergadering. De Verenigde Vergadering heeft in 2025 een terreinbezoek gebracht aan het Zuiderdiep.

Paling

Voor de landbouw...

Voor de landbouw is het belangrijk dat de zoetwatervoorziening naar de omliggende polders in stand blijft. Na aanleg van de ‘compenserende maatregelen Kierbesluit’ vindt de aanvoer van zoetwater plaats via het zoetwaterkanaal. In bijzondere omstandigheden zoals droge zomers wordt het Zuiderdiep nog ingezet voor de aanvoer van zoet water. De landbouw geeft aan dat de zoetwatertoevoer door het zoetwaterkanaal nu voldoet, maar roept op om de mogelijkheid van inzet van het Zuiderdiep als zoetwater back-up te behouden. Dit ook met het oog op de toekomst en de algemene zorgen over de afnemende zoetwaterbeschikbaarheid in de Zuid-Hollandse Delta. Daarnaast leven er zorgen over toename van brakke kwel.

Akkerbouw

De natuurpartijen zien...

De natuurpartijen zien kansen om de zeldzame brakke natuurwaarden die er nog in het plangebied zijn, te behouden en verder te versterken. Daarmee kan natuur een kans krijgen die door de aanleg van de Deltawerken verloren is gegaan. Het is voor de natuurpartijen belangrijk om het Zuiderdiep te zien als onderdeel van het bredere delta-ecosysteem. Natuurpartijen wensen vooral meer dynamiek, door meer variatie in waterpeil waarbij sommige gebieden regelmatig onder water liggen en regelmatig droog staan. Dit met als doel vismigratie en bijzondere brakke pioniersvegetatie, zoals steltlopers die foerageren op de droogvallende slikken.

natuur

De visstand en...

De visstand en vismigratie zijn belangrijke onderdelen van de geschiedenis en de toekomst van het Zuiderdiep. Op het Zuiderdiep vindt zowel beroepsvisserij als sportvisserij plaats. Het waterschap is in gesprek met deze partijen over het huidige gebruik van het Zuiderdiep als viswater en de kansen op het vlak van vismigratie. Daarbij kan het zowel gaan om vismigratie naar de polders als vismigratie van de Noordzee naar het Haringvliet.

Vis

Met verschillende overheden...

Met verschillende overheden is het waterschap in gesprek, zoals de gemeente Goeree-Overflakkee, Provincie Zuid-Holland, Rijkswaterstaat en het Deltaprogramma Zuidwestelijke Delta. De overheden wijzen het waterschap op verschillende beleids- en visieontwikkelingen die invloed gaan hebben op het Zuiderdiep, in de nabije en de verdere toekomst. Hierbij kwamen ook de verbeteropgaven voor de Natura2000-doelstellingen ter sprake. Het gebied Zuiderdiep ligt in het Natura2000-gebied Haringvliet. 

 

Provincie en Rijk geven aan dat het Zuiderdiep kan bijdragen aan de landelijke verbeteropgaven voor brakke natuurdoeltypen. De komende tijd zullen naar verwachting nog verschillende visies en keuzes gemaakt worden op het vlak van natuuropgaven en zoetwaterverdeling in Nederland. Daarom gaven de overheden als tip mee om te kiezen voor integraliteit en flexibiliteit en het verminderen van harde overgangen.

 

Rijkswaterstaat benadrukte dat er vanwege het Kierbesluit geen garantie is dat er in de toekomst nog zoet water vanaf het Haringvliet in het Zuiderdiep kan worden ingenomen via de huidige inlaatsluis op de kop van het Havenkanaal van Dirksland.

In dit traject...

In dit traject zijn al verschillende stappen gezet om informatie en gegevens te delen en te verzamelen. In 2024 heeft Witteveen+Bos een eerste variantenstudie opgeleverd. De insteek hiervan was om de maximale ecologische potentie van het Zuiderdiep te onderzoeken. Dit is gedaan door twee uiterste varianten te modelleren: een brakke variant met getijdeslag en een zo zoet mogelijke variant.

 

Op basis van gesprekken met gebiedspartijen en nadere bestudering van de variantenstudie is vastgesteld dat het gewenst is om meer dan de twee eerder onderzochte varianten te bestuderen. Witteveen+Bos onderzoekt op dit moment mogelijke tussenvarianten voor de toekomst van het Zuiderdiep.

Een aangepaste brakke...

- Een aangepast brakke variant waarbij het maximumpeil verlaagd wordt van NAP +0,60m naar NAP +0,40m. Uit nader onderzoek is namelijk gebleken dat een waterstand van NAP +0,60m mogelijk negatieve effecten heeft op de boezemfunctie, de waterkeringen en laaggelegen gronden en kades. In deze variant wordt de Spuisluis geopend om zeewater in- en uit- te laten stromen met als doel een getijslag. Het havenkanaal van Dirksland wordt met een dam afgekoppeld omdat het brakke systeem te realiseren.

 

- Een aangepaste brakke variant waarbij we de dam in het Zuiderdiep verplaatsen richting Blok De Wit. Deze variant maakt het mogelijk dat de meest oostelijke kant van het Zuiderdiep kan worden gebruikt als buffer van zoet Haringvlietwater, een door de landbouw wenselijke back-up voor de zoetwatervoorziening.

 

- Een overgangsvariant zonder dam waarbij er een zoet-brak overgang wordt gecreëerd in het Zuiderdiep. In deze variant worden zowel de inlaatsluis als de spuisluis deels opengezet zodat er een zoet-brak overgang kan ontstaan. Onderzocht wordt of het mogelijk is de zouttong niet verder dan Blok De Wit te laten komen.

 

Van november 2025 tot mei 2026 worden de onderzoeksresultaten verzameld en opgeschreven.

Bij het rapporteren...

Bij het rapporteren van de resultaten van de variantenstudie willen we, in samenspraak met stakeholders, zorgen voor een goed onderbouwde, feitelijk correcte en leesbare rapportage. Hierbij maken we gebruik van de gebiedskennis en -kunde van vertegenwoordigers van de stakeholders. De klankbordgroep bestaat uit vertegenwoordigers vanuit landbouw, natuur, visserij en gemeente. In het voorjaar 2026 zal deze klankbordgroep twee keer bij elkaar komen om de rapportage te verbeteren en aan te vullen met hun inbreng.

Vervolg

Het waterschap voert de komende tijd nog meer gesprekken met overheden en sectoren die een belang hebben bij de keuze aan het eind van het planproces. Op basis van deze gesprekken zal duidelijk worden welke belangen en wensen er zijn. Al die informatie dient om tot een compleet en gedegen advies te komen voor de uiteindelijke besluitvorming door het algemeen bestuur van het waterschap, de Verenigde Vergadering (VV).

 

Het waterschap informeert alle betrokkenen, belanghebbenden, omwonenden, bedrijven, vertegenwoordigende organisaties en betrokken overheden gedurende het planproces. Inzet is om in de eerste helft van 2026 alle onderzoeksresultaten en de kosten van de verschillende varianten in beeld te hebben. Bestuurlijke besluitvorming is voorzien in oktober 2026.