
Water stopt niet bij de grens, maar stroomt dwars door landen, provincies en gemeenten. Om de waterkwaliteit in Europa te verbeteren, zullen de verschillende landen maatregelen moeten nemen die met elkaar samenhangen.
De Kaderrichtlijn werkt met internationale stroomgebieden. De Nederlandse wateren behoren tot de stroomgebieden van de Rijn, de Maas, de Schelde en de Eems. Tot een stroomgebied behoort niet alleen het water van de hoofdrivier, maar al het water dat naar de hoofdrivier stroomt.
Het gebied van waterschap Hollandse Delta ligt in twee stroomgebieden: deels in Maas en deels in deelstroomgebied Rijn-West. Binnen elk (deel)stroomgebied werken provincies, gemeenten, waterschappen en Rijkswaterstaat samen. Alle rivieren, meren, kanalen, beken en sloten worden in hun geheel bekeken. Zo wordt voorkomen dat op een bepaalde plek maatregelen worden genomen die kilometers verder stroomafwaarts negatief uitpakken.
Per stroomgebied wordt een plan gemaakt waarin staat hoe de waterkwaliteit in dat gebied verbeterd wordt. Deze stroomgebiedbeheersplannen moeten in 2008 klaar zijn. Na de inspraakperiode kunnen de plannen in 2009 worden vastgesteld.