
De verenigde vergadering (VV) heeft de behoefte aan meer instrumenten om hun controlerende functie gestalte te geven. Daarom heeft zij besloten om een Rekenkamercommissie op te richten samengesteld uit een beperkt aantal interne en externe leden.
De Rekenkamercommissie van waterschap Hollandse Delta bestaat uit drie externe en twee interne leden.
| Externe leden | Naam | Functie | Periode |
|---|---|---|---|
![]() | Mr. N. van Eck | voorzitter | t/m april 2012 |
| | mevr. Drs. K Meijer | lid | t/m juni 2015 |
| mevr. Drs. L. Zwier - Kentie | lid | t/m juni 2014 |
| Interne leden | Naam | Functie | Periode |
|---|---|---|---|
| L.A. Overwater | lid | t/m december 2012 |
| M. Schurg | lid | t/m december 2012 |
G. Gijzendorffen (Gijs)
Waterschap Hollandse Delta
t.a.v. de secretaris van de Rekenkamercommissie
Franckstraat 102
2901 RD Capelle aan den IJssel
Tel: 06-12093064
Email: gijsfranckstraat@hotmail.com
De Rekenkamercommissie onderzoekt de activiteiten van het waterschap om inzicht te geven in de doelmatigheid, de doeltreffendheid en de rechtmatigheid daarvan. De Rekenkamercommissie wil door middel van onafhankelijke onderzoeken het waterschap in staat stellen verbeteringen met betrekking tot doelmatigheid, doeltreffendheid en rechtmatigheid aan te brengen.
De Rekenkamercommissie speelt een rol bij de versterking van de positie van de VV, in het bijzonder bij de kaderstellende en controlerende functie van de VV. De Rekenkamercommissie bevordert de transparantie van het bestuur en levert een bijdrage aan de versterking van de publieke verantwoording.
De Rekenkamercommissie heeft de overtuiging en de ambitie dat onderzoeken bruikbaar moeten zijn voor het waterschap. Verbeter- en leereffecten staan daarbij centraal. De Rekenkamercommissie is onafhankelijk, positief kritisch en geen afrekenkamercommissie.
Baggeronderhoud (2,91 Mb) (pdf)
U kunt als inwoner van het waterschapsgebied ook een suggestie voor een onderzoek doen. Als u een onderwerp wilt aandragen dient u zich wel te realiseren dat de Rekenkamercommissie over de uiteindelijke keuze van onderzoeksonderwerpen niet in discussie kan gaan.