home
Ga direct naar het hoofdmenu of de inhoud.

Kierbesluit

HaringvlietsluizenHet project 'Maatregelen Kierbesluit' wordt uitgevoerd door de provincie Zuid-Holland. Omdat Hollandse Delta verantwoordelijk is voor het waterbeheer en de zoetwatervoorziening op Voorne-Putten en Goeree-Overflakkee participeert het waterschap in de projectgroep 'Maatregelen Kierbesluit'.

Het Kierbesluit

De Haringvlietsluizen beschermen een groot deel van de regio Zuid-Holland-Zuid tegen overstromingen. Vóór de uitvoering van de Deltawerken, vormde het Haringvliet een natuurlijke overgang tussen de zee en de grote rivieren. Door de bouw van de Haringvlietdam werd het Haringvliet een zoetwatermeer. De afsluiting van het Haringvliet en de veranderingen die dat met zich meebracht, hebben ook nadelige gevolgen. Daarom heeft het Rijk na diverse onderzoeken in 2000 besloten om de Haringvlietsluizen ook bij vloed op een kier te zetten. Dit is het Kierbesluit (officieel: besluit beheer Haringvlietsluizen).

Het doel van het Kierbesluit

Met het Kierbesluit worden de nadelige effecten van de sterke scheiding tussen zout-zoet op het  Haringvliet weggenomen. Dit beperkte estuariene herstel maakt het mogelijk dat vissen vanuit zee Rijn en Maas kunnen optrekken, waarmee Nederland aan afspraken voldoet die hierover in de internationale riviercommissies voor Rijn en Maas over gemaakt zijn. Wederkerig profiteert Nederland van afspraken die in verband van de Rijn en de Maas gemaakt zijn. Door beëindiging van bijvoorbeeld de zoutlozingen uit de Franse kalimijnen is het chloridegehalte van het rivierwater aanzienlijk afgenomen hetgeen van belang is voor o.a. de zoetwatervoorziening van de land- en tuinbouw in Nederland. Het op een kier zetten van de Haringvlietsluizen draagt ook bij aan het realiseren van de Ecologische Hoofdstructuur en Natura 2000.

Het project compenserende maatregelen Kierbesluit

Door het op een kier zetten van de Haringvlietsluizen, verzilten enkele bestaande innamepunten van zoet water op Voorne en Goeree-Overflakkee. Deze liggen nu in het gebied van het Haringvliet dat brak wordt. Om te zorgen dat er toch voldoende zoet water is voor landbouw en drinkwater, worden nieuwe innamepunten gebouwd. Voor de aanvoer van dit zoete water worden bestaande watergangen (sloten, kanalen) aangepast en nieuwe gemaakt. Dit gebeurt in een project op Voorne en in een project op Goeree-Overflakkee. Op Voorne gaat het alleen om alternatieve zoetwatervoorziening. Bij het project op Goeree-Overflakkee wordt naast de zoetwatervoorziening ook nieuwe natuur ontwikkeld. Pas als de alternatieve zoetwatervoorziening(en) geregeld is (zijn), kunnen de sluizen op een kier.

Zoet/zout grens

De sluizen worden zo beheerd dat het water ten oosten van de denkbeeldige lijn Middelharnis - monding Spui zoet blijft, zodat zoetwaterinname daar mogelijk blijft. Als de verwachting is dat er te weinig rivierwater naar zee stroomt om het brakke water ten westen van deze lijn te houden, gaan de sluizen steeds verder dicht. Voordat de sluizen helemaal dichtgaan, wordt het brakke water zoveel mogelijk uit het Haringvliet ‘gespoeld’. Omgekeerd worden de sluizen verder geopend naarmate de rivierafvoer groter is. Op deze manier zijn de mogelijkheden voor visintrek optimaal, terwijl de zoetwatervoorziening niet in gevaar komt.

Verder wordt het chloridegehalte in het Haringvliet goed gemonitord. Niet alleen door Rijkwaterstaat maar ook door het waterschap en het drinkwaterbedrijf Evides.

Kabinet voert Kierbesluit uit

De sluizen in het Haringvliet worden ook bij vloed op een kier gezet. Het kabinet geeft hiermee uitvoering aan het Kierbesluit. Dit gebeurt zonder dat de zoetwatervoorziening in het gebied hier last van heeft.  De ministerraad heeft 24 juni ingestemd met het voorstel van staatssecretarissen Atsma en Bleker. Met dit besluit wordt ook de ambitie voor de verdergaande verzilting voor het Haringvliet, getemd getij genoemd, geschrapt.

Zoetwatergebruik

Met het Kierbesluit waarborgt het kabinet het zoetwatergebruik in het Haringvliet terwijl de sluizen bij een afvoer van de Rijn van meer dan 1500m3/s niet alleen bij eb, maar ook bij vloed beperkt worden opengezet. Op die manier kunnen trekvissen zoals zalm en zeeforel de sluizen passeren richting hun paaigebieden stroomopwaarts.

Draagvlak

In de afgelopen tijd is er draagvlak ontstaan voor een sobere en efficiente uitvoering van het Kierbesluit. Het schrappen van de ontpoldering van Deltanatuur heeft daaraan bijgedragen. Het draagvlak is ook toegenomen omdat blijkt dat  er een betere aanvoer van zoetwater kan worden gerealiseerd door de uitvoering van  de compenserende maatregelen die noodzakelijk zijn bij uitvoering van het Kierbesluit.

 

Betrokken organisaties

 

  • Waterschap Hollandse Delta
  • Ministerie van Verkeer en Waterstaat
  • Rijkswaterstaat
  • Ministerie van Landbouw, Natuur en Voedselkwaliteit
  • Gemeenten
  • Staatsbosbeheer
  • Natuurmonumenten
  • Drinkwaterbedrijf Evides

 

home
Naar boven