Toetsing waterkeringen 2010
Conform de Wet op de Waterkering is een beheerder van een primaire waterkering verplicht iedere vijf jaar de veiligheid van deze primaire waterkeringen te toetsen aan de veiligheidsnorm die is vastgelegd in deze wet. In de periode 2001-2006 is voor de tweede keer de toetsing van de primaire waterkeringen in Nederland uitgevoerd. In deze toetsronde en in de achterlandstudie Maeslantkering heeft zo'n 100 km primaire waterkering (29% van de primaire waterkeringen in het beheer bij waterschap Hollandse Delta), geen oordeel gekregen. Deze waterkeringen kunnen niet als veilig worden beschouwd, omdat niet is vastgesteld of zij aan de veiligheidsnorm uit de Wet op de Waterkering voldoen.
Gezien de wettelijke taak van het waterschap en vanuit het oogpunt van veiligheid, is de noodzaak hoog om deze primaire waterkeringen in de periode 2006 - 2011 van een veiligheidsoordeel te voorzien. Het is daarom zaak om in het komende jaar deze waterkeringen, inclusief de ongeveer 175 km primaire waterkering, die in de voorgaande toetsronde voldeden aan de wettelijke veiligheidsnorm, te beoordelen.
In september 2007 is door de staatssecretaris van Verkeer en Waterstaat het Voorschrift Toetsen op Veiligheid 2006 (VTV2006) en de Hydraulische Randvoorwaarden 2006 (HR2006) vastgesteld. Op basis van dit toetsinstrumentarium dient het bestuur van het waterschap Hollandse Delta in september 2010 de veiligheid van haar primaire waterkeringen te rapporteren aan Gedeputeerde Staten van Zuid-Holland.
|||||||||||||||||| |||||||||||||||||| |||||||||||||||||| |||||||||||||||||| |||||||||||||||||| ||||||||||||||||||